Robotmelken is een belangrijke schakel binnen de voedselketen die Lely aanduidt als "van gras tot glas". Het management op een bedrijf met melkrobots vraagt om een andere aanpak dan conventioneel melken. Als marktleider op het gebied van volledig geautomatiseerd melken kan Lely bogen op vele jaren praktijkervaring en onderzoeksresultaten; dat stelt ons in staat om uitgekiend managementadvies te verstrekken voor succesvol robotmelken.
De melkrobot verstrekt koegerelateerde informatie die binnen een conventionele situatie niet binnen handbereik ligt; daardoor kunnen de koeien nu op individueel niveau worden beheerd. Management by exception; dát is de nieuwe uitdaging. De gedachte hierachter is dat de manager zijn kostbare tijd primair besteedt aan de koeien die aandacht vragen. Daarnaast wordt het concept "Licence to produce" geïntroduceerd, dat zich richt op een duurzame melkveehouderij ten aanzien van mensen, de planeet en economie. Dankzij de melkrobot kan - zonder extra arbeid - worden voorzien in alle behoeften van de individuele koe als het gaat om optimale gezondheid, productie en welzijn. De gezonde en tevreden individuele koe vormt de basis van een succesvol melkveebedrijf.
Opstartprocedure
Het is van groot belang om er - vóór de overgang van conventioneel melken naar robotmelken - grondig over na te denken wat die overstap betekent voor uw management. Binnen de nieuwe situatie neemt de robot een centrale plaats in en uw management dient daarop te worden afgestemd.
Voorbereiding
Het verdient aanbeveling om tijdens de voorbereidingsfase een aantal melkveebedrijven van vergelijkbare grootte en met eenzelfde type stal te bezoeken om u een goed beeld te vormen van het robotmelken en de invloed daarvan op het bedrijfsmanagement. De ervaringen van collegaveehouders zijn een prima hulpmiddel voor de succesvolle invoering van de melkrobot in het melkveebedrijf. Een goed doordachte (geschreven) strategie is tijdens de gehele voorbereidingsfase van wezenlijk belang; die strategie omvat een stalplattegrond, een gedetailleerd schema van alle dagelijkse, wekelijkse en maandelijkse routines, de routines rondom de koeien evenals de looproutes voor koeien en veehouder. Het gehele project dient te passen binnen een strategie voor de lange termijn, dus elke stap dient grondig te worden getoetst: waar behandelt u de koeien, waar worden de dieren drooggezet etc.
In deze fase dient ook aandacht te worden besteed aan de volgende aspecten:
- Formuleer en registreer uw doelstellingen voor de introductie van de robots, zodat u in de maanden na de introductie een toetsmiddel heeft.
- Denk na over de voerstrategie (zie hoofdstuk 3). Vaak moeten de gewassen en brokken worden voorbereid voor het voeren in de melkrobot, vooral in omgevingen waar voorheen een Total Mixed Ration (TMR) werd toegepast.\
- Koeien geschikt maken om in de robot te worden gemolken: uiers branden, staarten scheren, klauwgezondheid optimaliseren etc.
- Fok de koeien dusdanig dat het aantal gekruiste spenen of uitstekende voorspenen minder wordt.
- Voorkom onnodige stress door u tijdig vertrouwd te maken met het managementprogramma.
Stalindeling
Met het oog op een goede looproute voor de koeien dient de locatie van de Astronaut melkrobots in de stal met zorg te worden gekozen. De robotruimte dient altijd een schone toegang te hebben. De robots dienen duidelijk zichtbaar, en gemakkelijk toegankelijk te zijn voor alle koeien. Dat betekent: volop ruimte rondom de robot en een duidelijke, rechte route naar en van de robots. Vooral in een stal met meerdere robots is het van belang dat de inkomende en uitgaande koeien elkaars pad niet kruisen. In de brochure "Stalontwerp voor robotmelken" vindt u meer informatie over stallenbouw; u kunt natuurlijk ook contact opnemen met uw lokale Lely Center.
Het opstarten
Als u begint met robotmelken, is het raadzaam om met 50 tot 60 koeien per robot te beginnen en om de koppels op te splitsen in subgroepen. Tijdens de eerste drie dagen worden de koeien driemaal daags naar de robot geleid. Dit dient heel kalm, en met veel geduld te gebeuren; de koeien mogen immers geen negatieve associaties met de robot hebben. Na verloop van die drie dagen gaat 75% van de koeien uit eigen beweging naar de robot; hierna kan het hekwerk worden verwijderd. Laat de koeien vrij rondlopen (vrij koeverkeer) en haal de koeien - met een melkinterval van meer dan 10 uur - viermaal daags op. Het aantal keren dat de koeien worden op gehaald, wordt geleidelijk terugebracht tot tweemaal daags; alleen de koeien met een melkinterval van meer dan 12 uur (of meer dan 10 kg) worden dan opgehaald. Bijlage 1 omvat een instructiekaart, waarin de procedure tijdens de eerste opstartdagen wordt omschreven. Deze opstartprocedure verlaagt de wachttijden en staat garant voor een goede opname van droge stof (DS) en water. Als er te veel koeien worden opgehaald, ontstaat al gauw de situatie dat ranglage koeien wachten tot ze worden opgehaald. Die koeien zien de robot als een drukke en gevaarlijke omgeving en zullen dan ook wachten tot de veehouder hen komt ophalen. Dit onderstreept het belang van een rustige en geduldige aanpak tijdens de eerste weken, en van het naleven van de instructies over het ophalen van koeien. Lely adviseert om tijdens de eerste dagen minimaal twee mensen per robot beschikbaar te houden voor de begeleiding van de koeien en bediening van de X-link. Na twee of drie dagen is één persoon per robot voldoende.
Organisatie van het tijdschema
Zodra de robots in gebruik zijn op het bedrijf, verandert de dagindeling van de veehouder. Hij hoeft de koeien dan immers niet meer twee- of driemaal daags te melken. Daarmee verandert de routine die altijd was geworteld in de dagelijkse praktijk van de melkveehouderij. Dankzij de melkrobot hebben veehouders de mogelijkheid om de koeien in hun eigen omgeving te observeren. De controle verloopt eenvoudiger en afwijkend gedrag van de dieren valt sneller op.
Totaal andere dagindeling:
- Andere, flexibele werktijden, omdat vaste melktijden tot het verleden behoren.
- Een meer flexibele dagindeling.
- Kortere werktijden dankzij efficiënt management.
- Pieken in het dagelijks werk worden gemakkelijker opgevangen dankzij de via de robot verworven vrijheid.
- De gewonnen tijd kan buiten het bedrijf worden gebruikt en/of voor het management van individuele dieren.
Vrij koeverkeer
Bij vrij koeverkeer kunnen de koeien zich vrij door de stal bewegen, vanaf het voerhek naar de robot, ligboxen en waterbakken, zonder last te hebben van hekwerk of selectiepoortjes. Ervaringen en waarnemingen op veel melkveebedrijven over de hele wereld hebben aangetoond dat vrij koeverkeer dé basis is voor succesvol robotmelken. De winstgevendheid wordt bevorderd door een optimale productie en gezonde koeien. Uit onderzoek van Lely naar verschillende vormen van koeverkeer blijkt dat vrij koeverkeer gepaard gaat met een hogere melkproductie, minder arbeid en een verminderd risico van mastitis. Melkveehouders die vrij koeverkeer toepassen, waarborgen de vijf vrijheden voor hun koeien en halen op die manier het beste uit hun kudde.
Tien redenen om te kiezen voor vrij koeverkeer:
1. Méér melk per koe (meer rust en hogere voeropname) 2. Minder kreupelheid (meer rust)
3. Gunstiger voor ranglage dieren (minder stress)
4. Betere verhouding vet/eiwit (verhoogde opname van ruwvoer)
5. Verbeterde voerefficiëntie en gezondere penswerking (dankzij frequentere voeropname)
6. Meer vrijheid en verbeterd dierenwelzijn
7. Minder arbeid en meer melk per robot
8. Minder mastitis (door minder stress en frequenter melken)
9. Een beter sociaal leven voor de melkveehouder
10. Lagere kosten (investering in hekwerk), hogere winst
Bezoekgedrag
Met het oog op goed bezoekgedrag dient de robot gemakkelijk toegankelijk te zijn. Dat betekent allereerst dat de robot voldoende vrije tijd (minstens 10%) moet hebben, zodat de koeien de robot in kunnen gaan en worden gemolken als ze dat willen. Vrije tijd betekent dat de robot vrij toegankelijk is (met het hek open). Als er minder vrije tijd is, worden vooral ranglage koeien niet vaak genoeg gemolken, domweg omdat ze niet in de gelegenheid zijn of angst hebben. Bij koeien die niet minstens tweemaal daags worden gemolken, is het risico van problemen met de uiergezondheid groter.
Daarnaast is ruimte vóór en rondom de robot van groot belang voor voldoende robotbezoek. Dit is immers het drukste gedeelte van de hele stal; obstakels verstoren het koeverkeer en verminderen het aantal bezoeken. Op een bedrijf met 120 koeien betekent dat bij drie melkingen en één weigering per dag: 120x4 = 480 koebewegingen voor de robots. Goede bereikbaarheid betekent dat de robot vanuit elk punt in de stal zichtbaar is, en gemakkelijk bereikbaar.
