Via Teams hebben we een gesprek gevoerd met Gerrit Wensink en zijn dochter Cox Wensink van Hoenhorst Farms Ltd. De familie Wensink runt twee melkveebedrijven in het dorpje Innerkip, Ontario, Canada en melken inmiddels met tien Astronaut A4 melkrobots. Op de Home Farm melken zij met acht A4 melkrobots en op Braemar Farm met twee A4 melkrobots. Wij zijn benieuwd wat hun visie op boeren in Canada is en hoe zij de dagelijkse werkzaamheden op de beide bedrijven organiseren.

Groeien in Noord-Amerika
Familie Wensink komt oorspronkelijk uit Hummelo, een dorpje in de Achterhoek. Hier begon de grootvader van Gerrit Wensink in 1926 met zijn eerste boerderij. Later verhuisde de familie naar Zeewolde, daar boerde de familie verder tot 1994. Zij hadden een pachtbedrijf met zo’n 85 koeien en 40 hectare land. Vervolgens dachten ze na over hun toekomst. Blijven we hier en kunnen we doorgroeien of kijken we over de grens? Er was op dat moment weinig ruimte voor schaalvergroting en bedrijfsoptimalisatie in de Polder. Uiteindelijk werd het besluit genomen om met het gezin naar Noord-Amerika te emigreren. Gerrit beargumenteert: “In die tijd was je gulden twee keer zoveel waard in Canada. Dat was voor ons een mogelijkheid om een sprong te maken. We kochten een bedrijf met zo’n 70 koeien en 30 hectare. Maar nu was alles wel ons eigendom en vanuit daar zijn we gaan groeien.”

Van Mechanical engineer naar melkveehouder
Het hele gezin emigreerde naar Noord-Amerika, Gerrit en Margriet met hun drie dochters en zoon. Ze proberen elk jaar wel naar Nederland te gaan om familie en vrienden te bezoeken. Dochter Cox heeft ook nog een aantal vrienden van haar studietijd in Nederland. Cox begon haar carrière met de studie Mechanical Engineering aan Queens University in Kingston, Ontario. Vervolgens heeft ze een tijdje als engineer in Toronto gewerkt. Daarna ging ze terug naar Nederland om daar haar Master Strategic Product Design te volgen. Uiteindelijk werkte ze als consultant in Brussel en Amsterdam. Toch werd ze altijd bij het bedrijf betrokken. Haar ouders deelden de cijfers en vroegen naar haar mening. “Wij als kinderen hebben allemaal de keuze gekregen om in het bedrijf te werken. We hebben dat allemaal, op onze eigen manier, een kans gegeven. Ik ben teruggegaan naar Ontario om het te proberen en ik ben uiteindelijk hier gebleven.” vertelt Cox. Haar vader voegt lachend toe: “Toen Cox studeerde in Kingston, zo’n 400 kilometer verderop, kreeg ik op donderdagavond een telefoontje dat ze voor het weekend terugkwam omdat ze graag even de koeien wilde melken.”

Eigen stalontwerp
In de eerste jaren in Canada bouwde de familie een stal, werd er quotum aangekocht en de veestapel verder uitgebreid. In 2008 omvatte de veestapel zo’n 300 koeien. Ze gingen drie keer per dag melken, dit kostte vaak zo’n twaalf uur per dag. Daarom verdiepten ze zich in het robotmelken. Er werden toen eerst zes Astronaut A3 melkrobots geïnstalleerd. In 2015 werd er nog een boerderij gekocht waar zo’n 100 koeien gehuisvest konden worden. “We hebben toen in 2016 de zes A3’s omgewisseld voor acht + twee Astronaut A4 melkrobots.” vertelt Cox. “Toen we met de A3 gingen melken waren wij een van de eerste grotere bedrijven in Ontario die ging robotmelken. We hebben zelf het stalontwerp ontwikkeld, met een roboteiland in het midden van de stal. Twee voergangen buitenom en zes rijen ligboxen in het midden. Nu zie je deze type stalindeling wel meer, maar toen was het wel vrij nieuw. We hebben vooral nagedacht over hoe wij arbeid willen organiseren op ons bedrijf. Waar zitten de inefficiënties, wat zijn de looplijnen en hoe kunnen we dit optimaliseren. Het is voor ons bijvoorbeeld handig als alle robots in dezelfde ruimte staan wanneer er onderhoud moet gebeuren.” legt Cox uit. 

Duidelijke doelen
Cox en Gerrit hebben een duidelijke visie voor het bedrijf. Er zijn meerdere doelen die met elkaar samenhangen: een gezonde werk-vrije tijd balans voor henzelf en de medewerkers, voorspelbaarheid, gezondheid en efficiënt gebruik maken van het quotum. “In feite maken we ons geen zorgen om de koeien die het goed doen. We focussen ons op de koeien die minder optimaal zijn.” vertelt Cox. Dat is ook een van de redenen waarom zij partner zijn van het ‘Immunity+’-programma van Semex. Deze stieren hebben zelf een verhoogde natuurlijke weerstand en vererven dat ook weer op hun nageslacht. “Het idee is zo min mogelijk ziekte in de kudde en een betere weerstand tegen ziektes, zodat ze sterk en gezond zijn bij het afkalven en gedurende hun leven in de veestapel. Dit resulteert in een betere en hogere melkproductie met minder arbeid. We beginnen nu het resultaat te zien.” vertelt Cox.

“Een voordeel van automatisering: we kunnen ons nu focussen op wat het belangrijkste is!”

Arbeid organiseren
Daarnaast houden ze zich sinds een aantal jaren bezig met het vastleggen van processen en protocollen. “Een robot helpt, maar je bent nog steeds nodig in de stal.” Inmiddels hebben ze een team van vijf vaste medewerkers. Cox herinnert zich: “Ik weet nog goed dat ik vanuit mijn slaapkamerraam kon zien en horen of de medewerkers wel kwamen opdagen of dat ik toch nog zelf moest melken. Nu hebben we een heel goed en betrokken team.” Het team bestaat uit Engelstalig en Spaanssprekende medewerkers waarvan drie uit Guatemala komen, zij wonen sinds anderhalf jaar op de Home Farm. “Wij delen alle arbeid in tussen zes uur ’s ochtends en zes uur ’s avonds. Buiten die tijden is er niemand op het bedrijf. Daarom zijn we ook zo bezig met voorspelbaarheid, efficiëntie en werk/privé balans. We hebben een ochtendshift en een middagshift. De verdeling binnen een team is als volgt: er is één ‘lead-herd person’ op de Home Farm. Iemand die voert op beide bedrijven. Eén ‘lead-herd person’ op Braemar Farm. Verder nog één iemand die het jongvee verzorgt en één ‘general herd person’. Ikzelf ben manager van beide bedrijven.” legt Cox uit. “En ik ben op de weg eruit…” voegt Gerrit toe met een lach. De belangrijke beslissingen worden door Cox, Gerrit en Margriet samen genomen. Cox en haar gezin wonen op de Braemar Farm en Gerrit en Margriet wonen inmiddels in het nabij gelegen dorp Stratford.

Preventief onderhoud
Voorspelbaarheid en efficiënt werken is een ander doel. “Een voordeel van automatisering is: we kunnen ons nu focussen op wat het belangrijkste is!” In samenwerking met Lely Center Woodstock zijn we constant ons robotprotocol aan het verbeteren. Het doel is dat we preventief onderhoud kunnen doen en daardoor zo weinig mogelijk ‘robotcalls’ hebben in de uren dat we niet aanwezig zijn op het bedrijf. Samen met het Center kijken we naar de trends in de calls en kijken we hoe we dit kunnen voorkomen. Vanuit onze kant stellen we een robotprotocol op en vanuit het Center ook. Als we dan wél een keer bellen, dan weet het Center ook dat wij er alles aan gedaan hebben en het dus écht urgent is. Ze zijn er dan ook zo. Door deze intensieve samenwerking met Lely Center Woodstock kunnen wij zien dat de onverwachte robotcalls zijn verminderd. We hebben regelmatig contact. Op deze manier kunnen we samen tot het beste resultaat komen.” legt Cox uit.

Balans
“We willen graag dat onze werknemers het leuk vinden om bij ons te werken, loyaal zijn en het ook lang kunnen volhouden. Daarom is het belangrijk dat ze ook genoeg vrije tijd hebben om andere dingen te doen.” Om de arbeid zo in te delen dat alle werkzaamheden tussen zes en zes verricht kunnen worden, is het belangrijk om de andere doelen, voorspelbaarheid, efficiëntie en gezondheid, op orde te hebben. Alle doelen hangen dus met elkaar samen. Gerrit: “We vertrouwen op data, maar we hebben nog steeds een heel goed team nodig die met de robots kunnen werken, die koeien begrijpen en ook de data goed kunnen aflezen. Dat is voor Cox de grootste uitdaging in de toekomst. Mensen die oog hebben voor koeien, dat gaat niet weg en is moeilijker aan te leren.” Cox heeft zelf twee jonge kinderen en haar man werkt in een andere sector buitenshuis. “Voor mij is de uitdaging de balans tussen werk en gezin. Nu de kinderen klein zijn ben je iets minder flexibel, je moet werktijd en gezinstijd veel beter plannen. Ik heb wel een eigen bedrijf, maar ben daardoor ook veel flexibeler en kan mijn gezin heel veel zien. Dat is het mooie van dit werk.”

Verschillen
Gerrit en Cox zien dat de Canadese en Nederlandse sector steeds meer op elkaar beginnen te lijken. Al hebben ze in Canada meer extremere klimaatverschillen en veel meer ruimte. Gerrit vertelt: “De zomer is een groter probleem voor ons dan de winter. We hebben in de stal goede ventilatie, een sprinklersysteem en een geïsoleerd plafond. In de winter is het belangrijk dat we alles kunnen afsluiten, zoals gordijnen en de kleppen in het dak.” Maar ook qua wet- en regelgeving en sentiment verandert er van alles. “De maatschappij heeft meer invloed op de sector dan 20 jaar geleden. De discussies zijn gestart.” Weidegang komt weinig voor in Noord-Amerika, dat heeft ook weer met het klimaat te maken. “Biologische bedrijven weiden, maar niet het hele jaar rond. Ik mis het wel hoor, de koeien in de wei, zoals in Nederland, prachtig!” sluit Gerrit af.

Bedrijfsgegevens Hoenhorst Farms Ltd. Innerkip, Ontario, Canada
De Hoenhorst Farms bestaan uit twee aparte melkveebedrijven maar wordt gerund als één bedrijf. De veestapel omvat bij elkaar geteld zo’n 530 melkkoeien met bijbehorend jongvee. Op Braemar Farm, met twee Astronaut A4 melkrobots, worden enkel de vaarzen gemolken. Deze productie zit op gemiddeld 34 liter melk per koe per dag met 4% vet en 3,2% eiwit. Op de Home Farm, voorzien van acht Astronaut A4 melkrobots, worden de oudere koeien gemolken. Deze productie zit gemiddeld op 38 liter melk per koe per dag met 4% vet en 3,2% eiwit. In totaal beschikken ze over 360 hectare bewerkbare grond, waarvan een kwart gehuurd.

Foto's en video's van dit project

Top