De koeien van Gerard Nijman uit Stegeren worden sinds driekwart jaar gemolken met een robot. De productie is inmiddels gestegen met 1200 liter. ‘Je leert weer opnieuw boeren’, vertelt de fokkerijliefhebber. ‘Ja, mijn kijk op de ideale koe is wel wat anders geworden.’

Het was eigenlijk best een opmerkelijke keuze van melkveehouder Gerard Nijman. Hij verkocht 20 koeien zodat hij een veestapel van zo’n kleine 70 melk- en kalfkoeien overhield. ‘Een optimaal aantal om met één melkrobot te kunnen werken’, vertelt de 52-jarige veehouder. ‘We hebben geen opvolger en ik wil de komende 10 tot 15 jaar prettig blijven boeren.’

1.200 liter melk meer
Afgelopen november werd de Lely Astronaut A5 geplaatst. ‘We hadden een aantal doelstellingen voor het robotmelken benoemd’, trapt Gerard af. ‘We streefden naar een stijging van 1.000 liter melk binnen het jaar en binnen drie jaar een bedrijfsproductie van 750.000 liter.’ Hij lacht. ‘We hebben het alle twee nu al gered. Ik had nooit gedacht dat onze koeien zoveel melk kunnen geven.

Vooral de prestaties van de vaarzen is opvallend.’ De huidige veestapel produceert inmiddels gemiddeld 1.200 liter per koe per jaar meer en daarmee komt de dagproductie van de melkrobot op 2.300 liter per dag. ‘Het was ook de opzet: minder koeien met een hogere productie en daardoor een lagere kostprijs en meer marge’, klinkt het tevreden over de stijging in BSK van 45 naar 56.

Robuust en zelfredzaam
De productiestijging kunnen de koeien gemakkelijk aan, signaleert de fokker. ‘We hebben grote, ruime koeien die in balans zijn.’ En met name dat laatste is in een systeem met automatisch melken heel belangrijk, zo geeft Gerard aan. ‘Ja, eerlijk gezegd ben ik stiekem wel iets anders naar mijn koeien gaan kijken. Een mooie keuringskoe kan prima functioneren bij de melkrobot, maar het is belangrijk dat ze robuust en zelfredzaam is. Het beeld van mijn ideale koe heb ik wel wat bijgesteld.’ In de fokkerij zijn bepaalde uierkenmerken belangrijker geworden en ook een aantal minder belangrijk, noemt hij als voorbeeld. ‘De ophangband hoeft niet meer zo sterk te zijn en een iets diep uier is minder een probleem dan een heel ondiep uier met korte spenen.’ De melksnelheid is overigens geen selectiecriterium. ‘Die ligt in onze veestapel hoog. Dat wist ik niet, maar daar kom je met robotmelken ook wel achter.’

Onzichtbare koeien
Zijn ideale koe is overigens nog steeds fraai om te zien. Fokbedrijf De Wijde Blik heeft koeien met minimaal 85 punten en leverde al verschillende kampioenen af. Maar sinds het robotmelken krijgen ook ‘onzichtbare koeien’ waardering. ‘Nu had ik al nooit zoveel met hoge, smalle koeien, maar in dit systeem houden die koeien het niet vol.’ En een vaars die misschien iets minder fraai is, krijgt wel kansen, zo weet Gerard inmiddels uit ervaring. ‘Eerder zou ik zo’n vaars met een vierkant uier en iets lange spenen verkopen aan een collega. Maar ze is probleemloos en loopt heel goed op de robot. De koe is blij en de boer ook.’

Familie Nijman

  • 70 melkkoeien
  • 11.300 kg melk
  • 4,24% vet
  • 3,49% eiwit

Top