Droogzetten van melkkoeien

De droogstandsperiode is de belangrijkste fase tijdens de lactatiecyclus van een koe. Tijdens deze periode worden de koe en haar uier voorbereid voor de volgende lactatie. Eventuele afwijkingen gedurende deze fase zullen dan ook consequenties hebben voor de gezondheid van de koe en de melkproductie na het afkalven.

Management, Koegezondheid

Uiergezondheid tijdens de droogstandsperiode

Als we kijken naar uiergezondheid, zien we dat 60% van de mastitisgevallen tijdens de vroege lactatie zijn terug te voeren op de droogstandsperiode (zie figuur 1). Melkkoeien dienen dan ook systematisch en met beleid te worden drooggezet, zodat zich voor het afkalven geen nieuwe infecties voordoen en bestaande infecties worden genezen.



Figuur 1: Bron van klinische mastitis tijdens lactatie (Green et al. Journal of Dairy Science 2002)


Tijdens de droogstand kunnen twee kritisch fasen ten aanzien van uiergezondheid worden onderscheiden: de eerste week na het droogzetten en de week voor het afkalven (zie figuur 2). Beide perioden zijn kritisch; tijdens de eerste dient namelijk de natuurlijke verdediging van het uier - een keratineprop - in het speenkanaal te worden gevormd, terwijl die prop in de week voor het afkalven langzaam verdwijnt. De keratineprop voorkomt dat bacteriën het speenkanaal tijdens de droogstandsperiode binnendringen. 



Figuur 2: Frequentie van nieuwe coliforme infecties in het uier tijdens de lactatiecyclus (Green et al. In Practice 2002)


Het uier is uiterst vatbaar voor nieuwe infecties bij het begin en einde van de droogstandsperiode. Bovendien vormen sommige koeien nauwelijks een keratineprop tijdens de gehele droogstandsperiode (zie figuur 3).



Figuur 3: Evolutie van spenen zonder keratineprop tijdens de droogstandsperiode (Green et al. Journal of Dairy Science 2002)

De melkproductie is belangrijk tijdens de droogstandsperiode; met een hogere productie neemt het risico van een nieuwe uierontsteking na droogzetten namelijk toe met 100%. Vanwege de grote hoeveelheid melk die achterblijft in het uier zijn de witte bloedcellen vooral bezig met het opnemen van restanten van melkvetcellen; ze zijn dan minder actief in de strijd tegen bacteriën die het uier binnendringen. Bovendien hebben koeien met een groot melkvolume tijdens de droogstandsperiode meer tijd nodig om een (minder effectieve) keratineprop te vormen in het speenkanaal dan andere koeien.


Droogzetbehandeling

Tijdens de eerste weken van de droogstandsperiode is de toepassing van een antibioticabehandeling in het uier op zich succesvol om bestaande infecties te verhelpen en nieuwe aandoeningen te voorkomen. Vanwege de beperkte tijdsduur van antibioticakuren sluit dat nieuwe infecties verderop in de droogstandsperiode echter niet uit. Internationaal onderzoek en onderzoek van Lely heeft dan ook aangetoond dat het gebruik van een inwendige teatsealer - in combinatie met antibiotica - het risico van nieuwe infecties verder terugdringt. Dit product bootst de natuurlijke keratineprop na en voorkomt dat bacteriën het speenkanaal binnendringen. Bij koeien met een laag celgetal is gebruik van alleen een inwendige teatsealer mogelijk, maar dan dient wel extra hygiënische zorg te worden betracht als de teatsealer wordt aangebracht. De teatsealer dient na het afkalven altijd te worden verwijderd, zodat de prop niet in het melksysteem kan terechtkomen.

De juiste behandeling voor droogzetten dient te worden besproken met de veearts en te worden vastgelegd in een StandaardBedrijfsProcedure. De behandeling hangt samen met de lengte van de droogstandsperiode, de aanwezigheid van specifieke mastitisziekteverwekkers, het succes van de behandeling, specifieke bedrijfssituatie etc. Door goed te kijken naar het celgetal van koeien voor aanvang van de droogstandsperiode en opnieuw na het afkalven, kunnen droogzetmethode en management objectief worden geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.


Verlaging van infectierisico's tijdens de droogstand

  • Een van de belangrijkste factoren voor het welslagen van droogzetten is de hoeveelheid melk die de koeien dan nog produceren. Doel is om de melkgift terug te dringen tot minder dan 15 kg. Dit kan worden bereikt door het krachtvoer tijdig te verminderen en door het energie- en eiwitgehalte in het voer te reduceren (dus: verstrekking van voer met veel structuur zoals hooi of silage). Voor meer informatie over de instellingen in het T4C managementprogramma verwijzen we naar figuur 4.
  • Het melken dient in één keer te worden stopgezet. Het is niet raadzaam om koeien voor het droogzetten minder dan tweemaal daags te melken; dat verhoogt namelijk het risico van nieuwe infecties en vertraagt de vorming van de keratineprop na stopzetting van het melken.
  • Voorwaarde voor de droogzetbehandeling - na de laatste melking - is een veilige en schone omgeving. Voor behandeling moeten de speenuiteinden worden gedesinfecteerd; na behandeling dienen de spenen te worden gedipt.

 



Figuur 4: Aanbevolen instellingen in T4C; hiermee wordt de verstrekking van krachtvoer op het verwachte moment van droogzetten teruggebracht tot 2 kg. Bij grotere kuddes kunnen groepen koeien, na het voeren van een speciaal droogzetrantsoen, als een vaste routine worden drooggezet.
 

Verlaging van infectierisico's tijdens de gehele droogstand

  • Schone omgeving: de juiste hygiëne en een goed stalklimaat voorkomen de groei/persistentie van bacteriën in boxbedekking en mogelijke vervuiling van het uier als de koe gaat liggen.
  • Een goed gebalanceerd rantsoen voor energie, eiwitten, mineralen en vitaminen: belangrijk voor een optimale immuniteit van de koe en om een optimale Body Condition Score (3 – 3,5) in stand te houden.
  • Minimaliseren van stress; stress heeft een nadelige invloed op het immuunsysteem van de koe.
  • Maximaliseren van koecomfort (comfortabele ondergrond, voldoende bewegingsruimte); dit bevordert de algehele gezondheid en kan helpen bij het terugdringen van uieroedeem.


Vermindering van infectierisico's rondom afkalven

  • Voorkoming van uieroedeem; oedeem is gevaarlijk voor de bloedsomloop en het immuunsysteem van het uier en daarmee wordt het risico op mastitis groter. Uieroedeem heeft vooral te maken met een te grote inname van natrium en kalium tijdens de droogstandsperiode, waardoor vocht wordt vastgehouden. Een te hoge inname van deze ionen verhoogt tevens het risico op hypocalcemie. Vooral graslandproducten zijn rijk aan natrium en kalium. Beweging is ook goed om uieroedeem te voorkomen.
  • Melk de koeien die hun melk laten schieten voor het afkalven en bewaar de biest in het koelvak; door het melken worden mogelijke pathogenen uit het speenkanaal gespoeld. Bovendien worden vrije vetzuren via de melk afgevoerd uit het bloed en dat verlaagt het risico op leververvetting en ketose.

Lees ook deze tips 

Top

De Lely website maakt gebruik van cookies. Ga naar deze pagina voor meer informatie. Sluiten