Indrukwekkende bedrijfsontwikkeling dankzij automatisering

Indrukwekkende bedrijfsontwikkeling dankzij automatisering
Hectiek en rust liggen dicht bij elkaar op het erf van de familie Neijs. De grote loonwerktak met grondverzet en op- en overslag kent hectische pieken, maar in de melkveestal overheerst de rust dankzij 7 Lely Astronaut melkrobots. In een krappe twintig jaar tijd bouwde Gerwin Neijs het ouderlijk gemengde melkvee- en varkensbedrijf uit van veertig koeien naar de huidige omvang, met meest recent de ingebruikname van een uitbreiding van de melkveestal met 6 nieuwe Lely Astronaut A5 Next melkrobots.
“Droom van 120 koeien”
Dat het melkveebedrijf van Gerwin Neijs vandaag 4,2 miljoen kilogram melk zou afleveren, had hij 20 jaar geleden niet in kunnen schatten toen hij met zijn ouders het melkveebedrijf met een kleine varkenstak runde. “Mijn droom op de landbouwschool was 120 koeien melken”, glimlacht de ondernemer. “Dat was mijn stip op de horizon.”
Dat het soms anders loopt dan je vooraf bedenkt, heeft Gerwin zelf ondervonden toen zijn zelf gestarte loonwerkbedrijf steeds meer klanten won. “In 2007 startte ik met loonwerk nadat ik een paar jaar in loondienst bij een loonwerker had gewerkt. Dat liep boven verwachting goed, waardoor ik al vrij snel met personeel ging werken. Om dat allemaal te combineren met een melkveetak, besloten we in 2007 een melkrobot te plaatsen.” Dat werd een nieuwe Lely A3, die het koppel van 50 koeien prima aankon.
In de jaren die volgden investeerde Neijs in zijn loonwerktak en werd er voor de melkveetak ook quotum bijgekocht. De stal uit 1974 werd te klein voor de uitdijende veestapel. In 2010 werd daarom een nieuwe stal opgeleverd, volledig ingericht op automatisch melken. “De blauwdruk van die stal kwam van Lely. Ron Basten, onze projectleider uit 2007, heb ik gevraagd hoe de ideale robotstal eruit zou zien. Die stal is uiteindelijk ook gerealiseerd”, blikt Gerwin terug. “Een stal met de zorgkoeien en kalfkoeien voor in de stal, vlak bij de robots en verder volledig vrij koeverkeer.” De A3 uit de oude stal werd ingeruild voor een nieuwe A3 Next in de nieuwe stal. In 2012 kwam een tweede A3 Next om de groeiende veestapel te melken.
Verdere groei
Met 120 koeien in een nieuwe stal was de jongensdroom van Gerwin gerealiseerd, maar in aanloop naar het quotumloze tijdperk bleef het bedrijf verder groeien. “In de nieuwe stal hadden we alvast voorgesorteerd op verdere groei door een derde robotruimte te realiseren. In 2015 hebben we daar een derde gebruikte A3 Next geïnstalleerd en alvast voorbereidingen getroffen voor een toekomstige uitbreiding door de varkenstak te saneren en de ammoniakruimte om te wisselen voor melkvee”, legt Gerwin uit, die aangeeft dat groei op zichzelf geen doel is geweest, maar vooral een samenloop van omstandigheden. “Het loonwerkbedrijf was inmiddels ook flink gegroeid in deze melkveeregio. We begonnen laagdrempelig met een tractor en een grondkar en hebben dat in de loop van de jaren uitgebreid naar alle werkzaamheden, van zaaien tot oogst.”
Een grotere schaal bij melkvee en loonwerk geeft mogelijkheden om meer arbeidsuren te bieden aan de medewerkers, legt Gerwin uit. “Het is wel een bewuste keuze geweest om altijd ruim in het jongvee te zitten. Al het vrouwelijk jongvee houden we aan zodat er direct aanwas klaar staat bij een groeistap.” Die strategie wierp zijn vruchten af toen de kans zich voordeed om het jongvee uit te besteden bij derden. Een vierde robot, een gebruikte A3, deed op dat moment zijn intrede. Die werd in de oude stal geplaatst, waardoor deze weer als melkveestal in gebruik genomen werd, gevuld met eigen aangefokte vaarzen.
Na aankoop van een externe jongveelocatie in 2020 werd gestart met de laatste ontwikkeling die in 2025 werd afgerond, waarbij 2 A3 Next melkrobots en de A3 uit de oude stal werden ingeruild voor 6 stuks A5 Next melkrobots. Eén A3 Next mocht gaan draaien in de oude melkveestal. “De A3 Next robots functioneerden nog prima, maar we hebben ze vooral uit praktisch oogpunt ingeruild. Met een nieuwe melktrein in de nieuwe stal kan ik tot het einde van mijn carrière vooruit. De volgende keuze is dan eventueel voor een volgende generatie”, vertelt Neijs, die met zijn partner Angela en hun dochter van 11 en zoon van 7 het gezin vormt.
Qua melktechniek ziet Neijs niet veel verschil tussen de A3 Next en de nieuwste A5 Next. “Bij de herkenning met pootresponders die we hadden bij de A3 Next en de positiebepaling met weegcellen waren er weleens wat problemen. Met de camera’s van de A5 Next en de halsbanden met tochtdetectie en herkauwactiviteit zijn die problemen verleden tijd. Het grootste voordeel zit echter in de volledig elektrisch aangedreven arm. Het zwakke punt van de A3 Next was de vele loopuren van de compressor. Dat is bij de A5 Next niet meer aan de orde.”

Relaxed melken met 55 koeien per robot
Met de bedrijfsontwikkeling die de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden, is Neijs ervaringsdeskundige geworden over de ideale veebezetting per melkrobot. Er waren perioden dat een enkele robot 75 koeien moest melken, en dat was in de bedrijfsopzet van Neijs niet ideaal. “Met 55 koeien per robot is er ruimte voor onderhoud en zorgen eventuele storingen niet meteen voor lange wachtlijsten. We werken met personeel en dan moet het werk ook enigszins te plannen zijn.”
Dagelijks begint de dag in de melkveestal om 7.00 uur en de avondronde begint om 18.00 uur. De werkzaamheden nemen alles bij elkaar zo’n 2,5 uur in beslag, inclusief het voeren van de kalveren. Er werken meerdere fulltimers en parttimers tussen de koeien, en dat vraagt volgens Neijs wel een goede afstemming en protocollair werken. “We hebben een groepsapp waarin (be)handelingen gedeeld worden, met een papieren controle ernaast. Onze medewerkster Ilse Verschuren, verantwoordelijk voor vruchtbaarheid, houdt de tochtigheden bij in de Horizon App en stuurt daar ook de routing aan zodat de tochtige koeien klaarstaan voor de KI, die hier dagelijks komt.”
Volgens Neijs ben je als robotbedrijf een aantrekkelijke werkgever: “Er zit veel diversiteit in het werk. Je bent niet alleen maar melkstellen aan het onderhangen. We hebben verhoudingsgewijs ook veel vrouwelijke medewerkers.”
Hoewel Neijs zeer tevreden is over het managementsysteem van Lely, ziet hij wel mogelijkheden om op bedrijven met personeel een vereenvoudigde versie van de Horizon app aan te bieden. “Er is geen light-variant van de Horizon app met bijvoorbeeld alleen een ophaallijst en een gezondheidslijst. Iedereen heeft toegang tot alle faciliteiten van Horizon, terwijl dat niet noodzakelijk is voor het gebruik in de stal.” Ook de (uier)gezondheidslijst is voor Neijs een belangrijk hulpmiddel in de stal, sinds hij werkt met het automatisch melkfilter. “Het automatisch melkfilter bespaart arbeid, maar vraagt ook discipline in het checken van de uiergezondheidslijst omdat de visuele controle op het melkfilter ontbreekt.”
Simpele bedrijfsvoering
In de ontwikkeling van Melkveebedrijf Neijs BV heeft Lely een belangrijke rol gespeeld door het werk in de stal te vergemakkelijken, waardoor Neijs zijn aandacht kon richten op doorontwikkeling van beide takken. Naast de 7 melkrobots draaien er op het bedrijf in totaal 4 Juno’s, 3 Discovery’s (waarvan 2 met watersproei-installatie), 5 Lely Luna koeborstels en staan er ook nog 2 Cosmix-voerstations in de nieuwe stal. De krachtvoerboxen zijn een bewuste keuze, aldus Gerwin. “Een melkrobot is geen krachtvoerbox”, klinkt het simpel. “We houden het graag overzichtelijk. Daarom lopen alle koeien in één groep en voeren we één rantsoen aan alle melkgevende dieren. Dat maakt het overzichtelijk voor iedereen.”
Verdere bedrijfsontwikkeling in de melkveetak ziet Neijs vooral in optimalisatie, “Op de jongveelocatie gaan we een nieuwe jongveestal bouwen. Mochten er kansen komen, dan kijken we ernaar. Maar voor nu zijn we heel tevreden waar het bedrijf staat.”
Indrukwekkende bedrijfsontwikkeling dankzij automatisering
Bedrijfsgegevens
Gerwin Neijs (46) runt in Rijsbergen (Noord-Brabant) Melkveebedrijf Neijs BV en Loon- en grondwerkbedrijf Neijs BV. Het loonbedrijf omvat alle werkzaamheden voor voerwinning, grondwerk en op- en overslag.
Het melkveebedrijf telt ongeveer 380 koeien met bijbehorend jongvee, verspreid over 2 locaties. De gemiddelde productie bedraagt 11.500 kilogram melk met 4,45% vet en 3,45% eiwit. Het gemiddelde celgetal bedraagt 200.000.
In totaal werken er op beide bedrijven 20 fulltime-medewerkers, waarvan 4 fulltime medewerkers op het melkveebedrijf. Daarnaast zijn er nog losse oproepkrachten in beide takken.
Disclaimer
Resultaten zijn niet geverifieerd door Lely of een onafhankelijke partij. Uw resultaten kunnen variëren.







