Korné de Boer maakt gebruik van MQCC2-celgetalmeting van Lely. Daarmee kan hij koeien met een uiergezondheids afwijking goed en snel opsporen en eventueel behandelen. “We werken al 20 jaar met geleidbaarheidsmeting. Dat geeft wel wat informatie, maar is niet betrouwbaar genoeg als het gaat om mastitisdetectie.”

 

Korné de Boer (59) heeft in het Drentse Nijeveen een bedrijf met 130 melk- en kalfkoeien en 80 stuks jongvee op 70 hectare. De koeien worden gemolken door twee Lely Astronaut A5-melkrobots. Het rollendjaargemiddelde is 10.500 liter, met 4,45% vet en 3,50% eiwit. Naast de melkrobots heeft De Boer ook een Lely Discovery mestrobot en voerschuif Juno van Lely in gebruik. “Lely staat voor innovatie en zet in op arbeidsbesparing. Het is een goede en betrouwbare organisatie, die op verschillende terreinen specialisten in huis heeft. Ik vind het een fijne partner om mee samen te werken. Ze hebben bovendien een jong enthousiast team. Dat is prettig.”

Zijn enthousiasme kreeg onlangs een boost na de ingebruikname van het MQCC2-systeem. Met deze celgetal meting verkrijgt hij naar eigen zeggen de betrouwbare informatie die hij nodig heeft om snel te kunnen schakelen. “Ik vind de combinatie van geleidbaarheidsmeting met celgetalmeting, zoals we het nu hebben ingericht, ideaal.”

Blij met overstap naar de Astronaut A5
De Boer stapte 14 jaar geleden over op automatisch melken. In 2019 koos hij voor twee nieuwe Lely Astronaut A5 melkrobots van Lely. “De koeien kunnen de box recht in- en uitlopen. Dat sprak mij erg aan”, zegt De Boer, die nog altijd blij is met zijn keuze voor Astronaut A5 melkrobots. “Ik had destijds al het gevoel dat het beter zou gaan. Dat is uitgekomen”, aldus de melkveehouder, die met de ingebruikname van de nieuwe melkrobots ook weer is gaan weiden. “Ik wil onze koeien graag naar buiten laten gaan. Dat is mijn ideaalplaatje. Het hoort er wat mij betreft gewoon bij. Maar in het natte voorjaar van 2023 is het wel een uitdaging om weidegang goed toe te passen.”

De Boer heeft gemiddeld genomen 120 koeien aan de melk. Hij wil de komende jaren verdergaan met de huidige bedrijfsomvang. “Uitbreiden is duur en het is nog niet zeker of we een opvolger hebben”, aldus De Boer. De melkveehouder streeft ernaar de melkproductie nog iets te verhogen. Dat mag absoluut niet ten koste gaan van de diergezondheid, zo stelt hij. “We kunnen nu een goede boterham verdienen. Ik vind het leuk om te boeren en wil het werkplezier graag op peil houden.”

Top